Hij is een jaar of vier.
Als hij met zijn ouders bij zijn opa komt, kijkt hij elke keer naar de gitaar van opa.
Die ligt op een hoge plank aan de muur.
Hij zou de gitaar graag eens vastpakken, maar hij kan er niet bij.
En opa geeft hem de gitaar niet.
Het jochie is nog veel te klein om op die prachtige klassieke gitaar te spelen.
Maar bij elk bezoek wordt hij als het ware naar die gitaar toegetrokken.
En het verlangen om net als opa eens op die gitaar te spelen, wordt alleen maar sterker.
Dat gaat zo door tot hij een jaar of tien is.
Opa ziet, dat de jongen nog steeds brandt van verlangen om die gitaar eens in zijn handen te hebben.
Dan pakt opa de gitaar en zegt: “die is voor jou”.
En hij leert de jongen wat akkoorden spelen.
De jongen is reuzeblij en gaat ijverig aan het oefenen.
Na een paar weken krijgt hij complimenten van opa voor de vorderingen, die hij met het gitaarspelen maakt.
Uiteindelijk is de jongen een bekende gitarist geworden.
Als je dit verhaal van de jongen leest, zou je kunnen zeggen dat hij – in dit geval letterlijk en figuurlijk – reikhalzend uitkijkt naar het moment,
dat hij eens op die gitaar mag spelen.
Van de schepping wordt in Romeinen 8:19 gezegd, dat zij met reikhalzend verlangen wacht op het openbaar worden van de zonen van God.
De schepping, daar hoor jij toch ook bij?
En je zit, door je geloof in het offer van Jezus Christus, ook in het proces van ontwikkeling tot zoon van God.
Je bent dus én onderdeel van de schepping, én zoon van God, in ontwikkeling.
Als het goed is, zie jij dus ook met reikhalzend verlangen uit naar jouw verdere geestelijke groei tot zoon van God.
Denk aan ontwikkeling van geestelijke gaven en vermogens.
En herstel van alle schade, die in je ziel is aangericht.
Maar uit de hierboven geciteerde tekst uit Romeinen 8, blijkt dat de schepping ook op het openbaar worden van zoonschap Gods in jouw leven wacht.
Daarvan ben je je misschien niet bewust.
Maar samen met al die andere zonen van God – de gemeente – wordt de schepping onder leiding van Jezus bevrijd van duivel en dood en hersteld.
Boze geesten willen je wijsmaken, dat je niet nodig bent in Gods plan.
Dat je in Gods plan eigenlijk niets voorstelt.
Dat je je maar niets in je hoofd hoeft te halen, want als zoon van God tevoorschijn komen, kun je wel vergeten.
Al dat soort gedachten vuren ze op je af, omdat ze bang zijn, dat ze op den duur hun invloed op jouw leven, en daarmee in de gemeente, helemaal kwijtraken.
Sterker nog, ze weten dat héél zeker.
Voor jou en mij is het van belang, dat we de beïnvloeding van die boze geesten in ons leven in de gaten krijgen en er niet op ingaan.
Laat staan erin meegaan.
Door jouw geloof in de woorden van God en Jezus Christus en de werking van Gods Geest in je leven komt zoonschap tevoorschijn!
In Zacharia 4:6b NBG staat: “Dit is het woord des HEREN tot Zerubbabel: niet door kracht noch geweld, maar door mijn Geest! zegt de HERE der heerscharen.”
Niet door kracht of geweld- denk ook aan eigen inspanning - maar door mijn geest.
Martin Buber vertaalt: “Door het bruisen van mijn Geest”.
Je kunt wel zeggen dat Gods Geest in je hart woont.
Prachtig!
Maar die Geest woont niet voor niets in jou.
Hij wil in je bruisen.
Opdat goddelijk leven in jou tevoorschijn komt.
Geef Hem dus de ruimte in je leven.
Zodat het in je hart gaat bruisen van Goddelijk leven.
Gods Geest leert (onderwijst) jou en brengt je alles te binnen, wat de Heer heeft gesproken (Joh. 14:26).
Dat is niet beperkt tot de woorden, die de Heer tijdens zijn leven hier op aarde heeft gesproken.
Het geldt bijvoorbeeld ook voor alle woorden, die de Heer in de gemeente of
door een broeder of zuster heeft gesproken.
En niet te vergeten de woorden, die Hij persoonlijk tot je hart heeft gesproken.
Hij geeft jou ook zicht op geestelijke vijanden, die het bruisen van Gods Geest in jouw leven beperken.
En helpt je te volharden om die vijanden te overwinnen.
De Heer wil er dus alles aan doen en stelt je alles ter beschikking om steeds meer te gaan leven als volwassen zoon van God.
Het jongetje uit het verhaaltje verlangde er met hart en ziel naar om gitaar te spelen, net als zijn opa.
En hij heeft er alles aan gedaan om dat doel te bereiken, hoe moeilijk dat soms ook is geweest.
De vraag is: wat doe je?
Blijf je hangen in verlangen?
Of geef je Gods Geest de ruimte om al bruisend in jouw leven aan het werk te gaan.
In het laatste geval komt het zoonschap zeker in je leven tevoorschijn.
Jan Verwoerd