Ik kijk uit het raam.

Er vliegt een grote groep ganzen richting het zuidwesten.

Voor mij is het een raadsel hoe die vogels weten waar ze heen moeten.

Ooievaars trekken naar Afrika; ze bouwen hier hun nesten.

En ze krijgen hier jongen.

Het is leuk om de ontwikkeling van die jonge ooievaars te volgen.

Op een gegeven moment doen ze pogingen om te vliegen.

En weer wat later zijn ze verdwenen.

Op weg naar Afrika.

Ze verzamelen zich op bepaalde plaatsen langs de route en gaan gezamenlijk verder op weg naar hun bestemming.

Er zijn ook nog andere zogeheten trekvogels, die feilloos hun bestemming weten te vinden.

Ik vraag me dan af hoe ze weten wanneer ze moeten vertrekken, waar ze heen moeten, en welke route ze moeten volgen.

Wetenschappers zullen hier vast theorieën over hebben.

Ik denk dat het er al bij de schepping ingelegd is.

 

God schept de mens naar zijn beeld.

Hij geeft de mens de volgende opdracht:

“Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag.

Heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren, die op de aarde rondkruipen” (Genesis 1:28 NBV).

En dit alles onder leiding van God.

Gods doel is dat de mens zich ontwikkelt tot volwassen zoon van God.

Zodat hij de aan hem opgedragen taak kan uitvoeren.

In de hof leert God de mens stap voor stap de weg naar dat doel.

 

In hoofdstuk 3 van het boek Genesis lees je hoe de duivel erin slaagt de leiding

over het leven van de mens over te nemen.

Als gevolg daarvan wordt de mens verbannen uit de hof, waarin God hem geplaatst heeft.

De ontwikkeling van de mens tot volwassen zoon van God is plotseling afgebroken.

De mens is de weg, naar het hiervoor genoemde doel van God, kwijt.

 

Maar God geeft niet op.

Direct na de zondeval geeft God de mens een belofte, die er op neerkomt dat de duivel het niet voor altijd voor het zeggen zal hebben.

En door de eeuwen heen heeft God er alles aan gedaan om met de mens in contact te blijven.

God geeft aan Abraham, Izaäk en Jacob en het volk dat daaruit ontstaat, beloften.

Hij geeft het volk de wet van de tien geboden, om hen voor grotere zonden te behoeden.

Hij geeft profeten om het volk te bemoedigen en in het rechte spoor te houden.

En richteren en koningen, die het volk leiding kunnen geven in tijden van vrede en oorlog.

Zo houdt God contact met de mens, en geeft hem, voor zover mogelijk, leiding in zijn leven.

Maar in die tijd is het voor de mens niet mogelijk om Gods doel met zijn leven te bereiken.

 

In Jeremia 32, de verzen 39-40 (HSV) doet God de volgende belofte:

“Ik zal hun één hart en één weg geven om Mij te vrezen, alle dagen, hun ten goede, en hun kinderen na hen.

Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten, dat Ik Mij van achter hen niet zal afwenden, opdat Ik hun goeddoe.

En Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, zodat zij niet van Mij afwijken.”

 

Eeuwen later zegt Jezus: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.” (Joh. 14:6 NBG).

Door geloof in Hem kan de hiervoor genoemde belofte voor de mens in vervulling gaan.

En wordt het oorspronkelijke doel van God voor de mens weer bereikbaar.

Misschien weet je het allemaal al.

Je hebt het allemaal misschien al zo vaak gehoord.

En je kunt er zo mooi over praten.

Als het daarbij blijft, ben je al aardig de weg kwijt.

Je kunt wel weten en geloven dat Jezus ook voor jou de weg, de waarheid en het leven is, maar hoe ga je die weg dan in de praktijk van alle dag?

 

In psalm 25:4 (NBV 21) zegt David: “Maak mij, Heer, met uw wegen vertrouwd, leer mij uw paden te gaan.”

In deze psalmtekst ligt de sleutel.

Die sleutel is Davids hartgesteldheid.

Hij denkt niet: ik weet het allemaal wel.

Nee, hij vraagt aan de Heer om hem met Zijn wegen vertrouwd te maken en hem Zijn weg te

leren gaan.

Dat getuigt van overgave aan zijn Heer.

En van de bereidheid van zijn hart om dagelijks van de Heer zelf te willen leren.

Stap voor stap.

Daarin ligt voor ons een les.

Om dagelijks een gewillige leerling van Jezus te willen zijn.

Nederig van hart naar de Heer toe.

Hoe de omstandigheden ook zijn.

De woorden van de Heer horen, verstaan en ernaar handelen.

En dan opmerken wat dat in je hart uitwerkt aan vrede, vreugde, vertrouwen en dankbaarheid.

 

Dan komen jij en ik, net als die trekvogels, op onze bestemming aan.

Op aarde?

Nee, daar hebben we navigatieapparatuur voor.

Wij bereiken onze hemelse bestemming. Zoonschap van God. In Gods huis, de gemeente.

 

Jan Verwoerd