Het is zondag 4 januari 2026.
De zangleidster kondigt een verrassing aan.
Wij krijgen allemaal een tekst.
Een mooi begin van de zangdienst en een goed begin van het nieuwe jaar.
Er zijn kaarten met verschillende Bijbelteksten geregeld.
De kinderen gaan met de teksten rond.
Iedereen mag een kaart uit de mand pakken.
De zangleidster nodigt uit om iets te zeggen over de tekst, die je gepakt hebt.
Zelf moet ik de tekst, die ik uit de mand gehaald heb, eens goed op mij laten inwerken.
Een poosje over nadenken.
En na dat denken en overwegen besluit ik, dat ik er iets over ga schrijven.
Maar eerst de tekst zelf.
Je vindt hem in 1 Samuël 12 vers 24.
Daar staat: “Vreest slechts den Heere en dient Hem trouwelijk met uw ganse hart; want ziet hoe grote dingen Hij bij u lieden gedaan heeft.” (St.vert.)
Mijn tekst begint met het woord “vreest”.
Dat woord komt wel bij je binnen, als je bent opgevoed in een klimaat van vrees.
Ik moest als kind al overal voor op mijn hoede zijn.
En me vooral gedragen.
Anders volgde er straf.
Dat was thuis zo.
Maar ook op school.
Daar kon de juf me hard aan de oren trekken, als ze het idee had, dat ik niet luisterde.
Maar ook vrees voor dingen, als behandelingen bij de dokter en de tandarts.
Als ik dat al niet van thuis meekreeg, waren er altijd welwillende buren, die tot in detail vertelden, hoe ze door de tandarts waren mishandeld.
Ook voor God moest ik oppassen.
Want Hij beloont het goede, maar straft het kwade werd geleerd.
Hij ziet alles en houdt je voortdurend in de gaten.
Er valt nog veel meer over te vertellen, maar dat laat ik achterwege.
Ik kan wel zeggen, dat vrees op allerlei gebieden van mijn leven heeft gewerkt en soms nog werkt.
En ik durf te stellen, dat ik vast niet de enige ben, die in zo’n klimaat is opgevoed.
Natuurlijk realiseerde ik me op het moment, dat ik de tekst las, onmiddellijk dat het woord “vrees” onder meer ook “ontzag“ betekent.
Maar toch…
Als je bedenkt, wat er in het Oude Testament aan straffen en rampen aan God worden toegeschreven, begrijp je wel, dat de vertalers het Hebreeuwse woord “yare’” met “vreest” hebben vertaald.
Maar je kunt dit woord ook vertalen met: ontzag hebben (NBV), vereren, eren, eerbied hebben.
Mede gelet op de woorden, die in deze tekst na het woord “vreest” volgen, zou ik de tekst uit 1 Sam. 12:24 als volgt vertalen:
Vereer alleen de Heer en dien Hem trouw met geheel je hart, en roep in herinnering de grote dingen die Hij aan jullie heeft gedaan.
Je kunt bij grote dingen aan van alles denken.
Maar het belangrijkste, dat God aan jou en mij heeft gedaan, is dat Hij Zijn eniggeboren zoon heeft gegeven om je te verlossen van je zonde, duivel en dood.
Om zo, verlost van je vijanden, God te dienen zonder vrees, in heiligheid en gerechtigheid voor zijn aangezicht (Lucas 1:74-75 NBG).
En daar blijft het niet bij.
Want dat verlossen is geen éénmalige gebeurtenis.
Jouw verlossing gaat verder.
Als jij verder doorgaat met het dienen van God en Jezus.
Geleid door Jezus, die je Heer en herder wil zijn.
En ik schrijf “wil zijn”.
Dat is Zijn verlangen naar jou toe.
Maar je moet het zelf ook willen.
God en Jezus doen niets tegen jouw wil in.
De zangleider zei laatst in een zangdienst: “God ziet je.”
Niet om te kijken of je het allemaal wel goed doet.
Nee.
Hij ziet je, omdat Hij ernaar verlangt, dat je een mens wordt, zoals Hij van het begin af aan heeft bedoeld.
Een mens naar Zijn beeld geschapen.
God verlangt ernaar, dat je meegaat in dat proces van verdere ontwikkeling tot zoon van God.
En van verdere verlossing van bijvoorbeeld persoonsvijanden, die vaak al jaren in je geslachten regeren met bijvoorbeeld angsten en benauwdheden.
Dat is vreugde voor God en Jezus.
Het is ook vreugde voor jou.
Het verkwikt je hart, het geeft je vrede, blijdschap en perspectief.
Het mondt uit in eeuwig leven in Gods klimaat.
Als dat geen grote dingen zijn!
Dingen die je zelf niet kunt.
Vereer dus alleen de Heer en dien Hem trouw met geheel je hart.
Roep in herinnering de grote dingen, die Hij aan jou gedaan heeft.
En denk aan alle prachtige beloften, die Hij in jouw leven en in de gemeente nog wil vervullen.
Jan Verwoerd