Er zijn Bijbelteksten die je altijd bijblijven.
Voor mij is één daarvan vers 20 van hoofdstuk 3, van de brief van Paulus aan de Efeziërs.
Daarin staat kort samengevat, dat God, blijkens de kracht die in ons werkt, bij machte is oneindig veel meer te doen, dan wij bidden of beseffen.
En wie wil dat nu niet?
Dat de Heer nog veel meer in je leven gaat doen, dan waarvoor jij bidt of, waarvan jij je bewust bent.
Ik denk, dat iedereen dat wel wil en zegt: “ga uw gang maar, Heer!”
Want ieder mens heeft zo nog zijn onvervulde wensen.
Maar wat wens je?
Waar zijn je wensen op gericht?
Als je ziek bent, zoek je genezing.
Als je geestelijk vermoeid bent zoek je rust.
Je kunt, zoals veel mensen, ook op zoek zijn naar geluk.
David zegt in Psalm 1 (GNB): “Gelukkig de mens, die vreugde vindt in de woorden van de Heer, ze steeds weer overdenkt, overdag en ‘s nachts.”
Maar ja, denk je misschien, steeds weer overdenken, overdag en ‘s nachts?
Daar heb ik geen tijd voor.
Ik heb nog wel wat anders aan mijn hoofd.
Ik denk, dat het laatste voor heel veel mensen geldt.
Iedereen heeft zaken zoals werk, gezin of relaties, waar je tijd aan moet besteden.
Maar er zijn ook kapers op de kust in jouw hemel.
Die jou willen beroven van jouw tijd voor de Heer en Zijn werk in jou en in de gemeente.
Denk aan moeite, zorgen, ziekte, andere omstandigheden, die jouw aandacht en tijd opeisen.
Maar denk ook aan hobby’s en aan op het oog onschuldig vermaak.
Terug naar vers 20, maar dan in de Statenvertaling.
Daar lees je: “Hem nu, Die machtig is meer dan overvloediglijk te doen, boven al wat wij bidden of denken, naar de kracht, die in ons werkt.”
Ik denk, dat die Goddelijke kracht van God, uit naar jou, onbeperkt is.
Maar de woorden “naar de kracht die in ons werkt” brengen mij op de gedachte, dat er toch een beperking kan zijn van werking van Gods kracht in je leven.
Deze beperking gaat niet van God uit.
De oorzaak van deze beperking heeft te maken met de ruimte, die je Gods Geest in je hart geeft.
God werkt alleen door zijn Geest in jou, als je jouw hart daarvoor openstelt.
En naar mate je dat meer en meer doet, kan Gods Geest meer en meer in je werken.
Je kunt ernaar verlangen, dat God oneindig veel meer in je leven gaat doen, dan je bidt of beseft, maar daar komt niets van terecht, als je in het dagelijks leven vrij gemakkelijk en oppervlakkig leeft.
Dan geef je God weinig kans om door Zijn Geest in jou te werken.
Leef dus bewust.
Denk maar aan de woorden van David, uit Psalm 1 en houdt alle afleiding en misleiding van boze geesten in de gaten.
Dan kan het meerdere van God in je leven gestalte krijgen.
Maar wat is dat meerdere dan, vraag je je misschien af.
Je leeft soms nog zo in je “bubbel” van gedachten, omstandigheden, relaties, beperkingen, zorgen en noem maar op.
Maar let eens op de woorden die Paulus schrijft in de verzen 14 tot en met 19 (HSV) uit genoemd hoofdstuk 3.
Die brengen je misschien op een idee.
Daarin lees je: “Om deze reden buig ik mijn knieën voor de Vader van onze Heere Jezus Christus, naar Wie elk geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt, opdat Hij u geeft, naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden door Zijn Geest in de innerlijke mens, opdat Christus door het geloof in uw harten woont en u in de liefde geworteld en gefundeerd bent, opdat u ten volle zou kunnen begrijpen, met alle heiligen, wat de breedte en lengte en diepte en hoogte is, en u de liefde van Christus zou kennen, die de kennis te boven gaat, opdat u vervuld wordt tot heel de volheid van God.”
Ik zie in de hierboven geciteerde tekst een ontwikkelingsproces.
Als je met hart en ziel meegaat in dat proces, word je helemaal zoals God je heeft bedoeld.
En komt Gods heerlijkheid in jou en in de gemeente helemaal tevoorschijn.
Nou, daar sta je waarschijnlijk niet elke dag zó bewust bij stil.
En Paulus weet dit.
Daarom lijkt hij met vers 20 te willen zeggen: gelet op hetgeen ik in de vorige verzen geschreven heb, is er in je leven en in de gemeente dus nog veel meer mogelijk dan je nu bidt of beseft.
Als je Gods Geest in je hart de ruimte geeft en blijft geven.
Jan Verwoerd